|
Kenmerk van de koloniale tuin is zijn nauwe verwantschap met
de cottagetuin. De stijl is ontwikkeld door Amerikanen aan de oostkust. Hij is
losjes en gerieflijk van aard. Harmonie met de omgeving speelt een belangrijke
rol.
De koloniale tuin is wel wat formeler dan de cottagetuin. (Rozen-)bogen,
buxushagen en priėlen zijn veel toegepaste stijlelementen. De sfeer is
desondanks ongedwongen en speels. Er worden veel natuurlijke materialen
toegepast zoals natuurstenen verhardingen, houten meubilair, houtsnipperpaden,
houten regentonnen, Italiaans aardewerk enz.
De beplanting is geordend, maar desondanks weelderig. Klimplanten zoals
clematissen, rozen, blauwe regen en klimop zorgen voor verticale componenten,
die de hele tuin een voorname sfeer geven.
Om deze stijl te realiseren, is een minimaal tuinoppervlak nodig van ca. 300
vierkante meter en moet het huis liefst vrijstaand of half-vrijstaand zijn.
Anders komt deze stijl niet tot zijn recht en lijkt misplaatst.
Eenmaal aangelegd, is het onderhoud best te overzien. Hoewel er natuurlijk
regelmatig gewied en gesnoeid moet worden.
|